Veiligheidsvoorschriften
Let op! Lees de volgende voorschriften zorgvuldig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van
het tuingereedschap. Bewaar de gebruiksaanwijzing om deze later te kunnen raadplegen.
Verklaring van de pictogrammen
Algemene waarschuwing.
Lees de gebruiksaanwijzing door.
Voorkom dat personen in de buurt gewond raken door weggeslingerde voorwerpen.
Houd personen in de buurt op een veilige afstand tot het gereedschap.
Scherp(e) mes(sen). Wees uiterst voorzichtig met tenen en vingers.
Schakel het tuingereedschap uit en trek de netstekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap instelt of reinigt, als de kabel ergens blijft vastzitten of als u het gereedschap onbeheerd laat, ook als dat slechts voor korte tijd is. Houd de stroomkabel uit de buurt van de snijmessen.
Wacht tot alle delen van de machine volledig tot stilstand gekomen zijn voordat u deze aanraakt. De messen draaien na het uitschakelen van de machine nog en kunnen verwondingen veroorzaken.
Gebruik het tuingereedschap niet in de regen en laat het niet in de regen liggen of staan.
Bescherm uzelf tegen een elektrische schok.
Houd de aansluitkabel uit de buurt van de snijmessen.
Bediening
- Laat kinderen of personen die deze voorschriften niet hebben gelezen dit tuingereedschap nooit gebruiken. In uw land gelden eventueel voorschriften ten aanzien van de leeftijd van de bediener. Bewaar het tuingereedschap buiten het bereik van kinderen wanneer het niet wordt gebruikt.
- Dit tuingereedschap is er niet voor bestemd om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of gebrekkige ervaring en/of gebrekkige kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon, of zij van deze persoon instructies ontvangen ten aanzien van het gebruik van het tuingereedschap. Kinderen moeten onder toezicht staan, om zeker te stellen dat zij niet met het tuingereedschap spelen.
- Maai nooit dicht in de buurt van personen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren.
- De bediener of gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen, persoonlijk letsel of schade aan het eigendom van anderen.
- Gebruik de machine niet met blote voeten of met open sandalen. Draag altijd stevige schoenen en een lange broek.
- Controleer het te bewerken oppervlak zorgvuldig op stenen, stokken, metaaldraad, botten en andere voorwerpen en verwijder deze.
- Controleer vóór gebruik altijd of de messen, de messchroeven of het maaimechanisme versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en messchroeven altijd als complete set, om onbalans te voorkomen.
- Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
- Gebruik de machine bij voorkeur niet wanneer het gras nat is.
- Loop altijd rustig, nooit te snel.
- Gebruik de machine nooit met defecte beveiligingen of afschermingen of zonder veiligheidsvoorzieningen, zoals stootbescherming en/of grasvanger.
- Het werken op hellingen kan gevaarlijk zijn.
– Maai geen bijzonder steile hellingen.
– Zorg ervoor dat u op een helling of op nat gras altijd stevig staat.
– Maai altijd dwars op een helling, nooit naar boven of naar beneden.
– Ga altijd uiterst voorzichtig te werk bij het veranderen van richting op een helling.
– Wees uiterst voorzichtig bij het achteruitlopen of bij het trekken van de machine.
– Duw de machine tijdens het maaien altijd naar voren, trek deze nooit naar u toe. - De messen moeten stilstaan wanneer u de machine voor het transport moet kantelen, wanneer u een gedeelte moet oversteken dat niet met gras is beplant en wanneer u de machine naar en van het te maaien gebied verplaatst.
- Kantel de machine bij het starten of aantrekken van de motor niet, behalve wanneer dit voor het starten in hoog gras nodig is. Til in dit geval de van de bediener afgewende zijde door het naar beneden duwen van de handgreep niet verder dan nodig omhoog. Let erop dat u beide handen aan de greep hebt wanneer u de machine weer laat zakken.
- Schakel de machine in zoals in de gebruiksaanwijzing beschreven en houd uw voeten ruim uit de buurt van ronddraaiende delen.
- Breng handen en voeten niet in de buurt van of onder ronddraaiende delen.
- Houd afstand tot de afvoerzone terwijl u met de machine werkt.
- Til of draag de machine nooit terwijl de motor loopt.
- Houd stroom- en verlengkabels uit de buurt van het mes. Het mes kan de kabels beschadigen en deze met spanningvoerende delen in aanraking brengen. Voorzichtig, er bestaat gevaar voor een elektrische schok. Trek de stekker uit het stopcontact:
– altijd wanneer u zich van het tuingereedschap verwijdert,
– vóór het verwijderen van blokkeringen,
– als u het tuingereedschap controleert, reinigt of eraan werkt,
– na het raken van een voorwerp. Controleer het tuingereedschap onmiddellijk op beschadigingen en laat het indien nodig repareren,
– als het tuingereedschap op een ongewone manier begint te trillen (onmiddellijk controleren).
Stroomaansluiting
- De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het apparaat.
- Geadviseerd wordt om dit apparaat alleen aan te sluiten op een stopcontact dat is beveiligd met aardlekschakelaar van 30 mA.
- Gebruik bij het vervangen van de kabel van apparaat alleen de door de fabrikant geadviseerde aansluitkabel. Zie de gebruiksaanwijzing voor bestelnummer en type.
- Pak de stekker nooit met natte handen vast.
- Rijd niet over de aansluitkabel of de verlengkabel, klem deze niet vast en trek er niet aan. De kabel kan anders beschadigd raken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe randen.
- De verlengkabel moet de in de gebruiksaanwijzing vermelde diameter hebben en moet spatwaterbeschermd zijn. De verbinding van stekker en contrastekker mag niet in het water liggen.
- Draag altijd tuinhandschoenen wanneer u de scherpe messen vastpakt of er aan werkt.
Onderhoud
- Stel vast dat alle moeren, bouten en schroeven goed vastzitten, zodat een veilige werktoestand van de machine gewaarborgd is.
- Controleer de grasbak regelmatig op toestand en slijtage.
- Controleer de machine en vervang veiligheidshalve versleten of beschadigde delen.
- Gebruik uitsluitend de voor de machine voorziene maaimessen.
- Zorg ervoor dat vervangingsonderdelen van Bosch afkomstig zijn.
- Draag altijd tuinhandschoenen wanneer u de scherpe messen vastpakt of er aan werkt.
Functiebeschrijving
Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het tuingereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Het tuingereedschap is bestemd voor het maaien van tuinen, alleen voor particulier gebruik.
Meegeleverd
Neem het tuingereedschap voorzichtig uit de verpakking. Controleer of de volgende delen compleet zijn:
- Gazonmaaier met greepbeugel
- 2 Onderstukken van greepbeugel
- 2 Schroeven
- 2 Vleugelmoeren
- 2 Plaatschroeven
- Bovenstuk grasbak
- Onderstuk grasbak
- 1 Kabelclip
- Gebruiksaanwijzing
Neem contact op met uw leverancier wanneer er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn.
De machine weegt in compleet gemonteerde toestand ongeveer 6,6 kg. Vraag indien nodig hulp om de machine uit de verpakking te nemen.
Let op scherpe messen wanneer u de machine uit de verpakking neemt of naar het gazon draagt.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het tuingereedschap op de pagina met afbeeldingen.
- Schakelhendel
- Veiligheidsknop
- Bovenstuk greepbeugel
- Vleugelmoer
- Stootbescherming
- Onderstuk greepbeugel
- Ventilatieopeningen
- Grasharken
- Wiel
- Grasbak
- Kabeltrekontlasting*/ **
- Verlengkabel*
- Netstekker **
- Mes
- Messchijf
- Messchroef
- Boorgat voor vastzetten van aandrijving
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma.
** verschilt per land
Technische gegevens
| Gazonmaaier | Rotak 32 | |
| Zaaknummer | 3 600 H85 B.. | |
| Opgenomen vermogen | W | 1200 |
| Mesbreedte | cm | 32 |
| Maaihoogte | mm | 20 – 60 |
| Inhoud grasbak | l | 31 |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 | kg | 6,6 |
| Isolatieklasse | /II | |
| Serienummer | Zie serienummer (typeplaatje) op tuingereedschap | |
Gegevens gelden voor nominale spanningen [U] 230/240 V. Bij lagere spanningen en bij per land verschillende uitvoeringen kunnen deze gegevens afwijken.
Let op! Het zaaknummer op het typeplaatje van uw tuingereedschap. De handelsbenamingen van sommige tuingereedschappen kunnen afwijken.
Informatie over geluid en trillingen
Meetwaarden voor geluid bepaald volgens 2000/14/EG (1,60 m hoogte, 1 m afstand).
Het A-gewogen geluidsniveau van het gereedschap bedraagt kenmerkend: geluidsdrukniveau 79 dB(A); geluidsvermogenniveau 93 dB(A). Onzekerheid K =1 dB.
Trillingsemissiewaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 60335: trillingsemissiewaarde ah <2,5 m/s2, onzekerheid K =1,5 m/s2.
Conformiteitsverklaring
Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat het onder „Technische gegevens†beschreven product voldoet aan de volgende normen en normatieve documenten: EN 60335 volgens de bepalingen van de richtlijnen 2004/108/EG, 98/37/EG (t/m 28-12-2009), 2006/42/EG (vanaf 29-12-2009) en 2000/14/EG. 2000/14/EG: Gegarandeerd geluidsdrukniveau 94 dB(A). Wegingsmethode van de conformiteit volgens aanhangsel VI.
Productcategorie:
32
Benoemde instantie:
SRL, Sudbury, England, Nr. 1088
Technisch dossier bij:
Bosch Lawn and Garden Ltd., PT-LG/EAE,
Stowmarket, Suffolk IP14 1EY, England Robert Bosch GmbH,
Power Tools Division D-70745 Leinfelden-Echterdingen
09.11.2009
Montage
Voor uw veiligheid
- Let op! Schakel het apparaat vóór onderhouds-en reinigingswerkzaamheden uit en trek de stekker uit het stopcontact. Hetzelfde geldt wanneer de stroomkabel beschadigd, doorgesneden of in de war is.
- Nadat de machine uitgeschakeld is, draaien de messen nog enkele seconden.
- Voorzichtig! Raak het ronddraaiende snijmes niet aan.
Elektrische veiligheid
Uw machine is voor extra veiligheid geïsoleerd en heeft geen aarding nodig. De bedrijfsspanning bedraagt 230 V AC, 50 Hz (voor niet-EU-landen 220 V of 240 V, afhankelijk van de uitvoering).
Gebruik alleen goedgekeurde verlengkabels. Informatie is verkrijgbaar bij de erkende klantenservice.
Er mogen alleen verlengkabels van het type H05VV-F, H05RN-F of IEC (60227 IEC 53, 60245 IEC 57) worden gebruikt.
Als u een verlengkabel voor het gereedschap gebruikt, moeten dat kabels met de volgende aderdiameters zijn:
– 1,0mm2: maximale lengte 40 m
– 1,5mm2: maximale lengte 60 m
– 2,5mm2: maximale lengte 100 m
Opmerking:
Als u een verlengkabel gebruikt, moet deze (zoals bij de veiligheidsvoorschriften beschreven) een aardedraad bezitten die via de stekker met de aardedraad van uw elektrische installatie verbonden is. Vraag bij twijfel een vakman voor elektriciteit of de Bosch-klantenservice om advies.
VOORZICHTIG:
Verlengkabels die niet volgens de voorschriften zijn, kunnen gevaarlijk zijn. Verlengkabels, stekkers en contrastekkers moeten waterdicht uitgevoerd en voor gebruik buitenshuis goedgekeurd zijn. Kabelverbindingen moeten droog zijn en mogen niet op de grond liggen.
Voor extra veiligheid wordt het gebruik van een aardlekschakelaar met een uitschakelstroom van maximaal 30 mA geadviseerd. De aardlekschakelaar moet vóór gebruik altijd worden gecontroleerd. Opmerking voor producten die niet in Groot-Brittannië worden verkocht:
LET OP: Voor uw veiligheid is het noodzakelijk dat de aan de machine aangebrachte stekker met de verlengkabel wordt verbonden. De stekker van de verlengkabel moet tegen spatwater bestemd zijn en uit rubber bestaan of met rubber bekleed zijn. De verlengkabel moet met een trekontlasting worden gebruikt.
De aansluitkabel moet regelmatig op beschadigingen worden gecontroleerd en mag alleen in onbeschadigde toestand worden gebruikt. Als de aansluitkabel beschadigd is, mag deze alleen door een erkende Bosch-werkplaats worden gerepareerd.
Montage
- Let er bij het uit elkaar of in elkaar klappen van de bovenste en onderste handgreep op dat de stroomkabel niet vastgeklemd wordt. Laat de handgreep niet vallen.
Montage van de greepbeugels (zie afbeelding A)
1 + 2 Zet het greepbeugelonderstuk 6 in de daarvoor voorziene gaten en bevestig het met de plaatschroeven.
3 Bevestig het greepbeugelonderstuk 3 met de schroeven en vleugelmoeren 4 aan de onderste stang 6.
Opmerking:
Het greepbeugelonderstuk 3 is in hoogte verstelbaar. Monteer de greepbeugel in stand I of II.
Bevestig de kabel aan de trekontlasting 11. Controleer dat de kabel voldoende speling heeft. (niet GB-modellen) (zie afbeelding B)
Opmerking:
Controleer dat de kabel met de meegeleverde kabelclip aan de greepbeugel bevestigd is.
Grasbak in elkaar zetten (zie afbeelding C)
Combineer het bovenstuk en het onderstuk van de grasbak door de sluitingen langs de rand vast te klikken. Begin aan de achterkant en werk naar voren toe.
Gasbak inzetten en verwijderen (zie afbeelding D)
Til de botsbescherming 5 op en houd hem in deze stand om om de gasbak 10 in te zetten of te verwijderen.
Als er geen gras hoeft te worden opgevangen, kan de gazonmaaier zonder bevestigde grasbak 10 worden gebruikt. De botsbescherming 5 moet dan echter omlaag worden geklapt.
Maaihoogte instellen (zie afbeelding F)
- Zet voor het instellen van de maaihoogte de machine stil, laat de schakelhendel los en wacht tot de motor stilstaat. De messen draaien na het uitschakelen van de motor nog en kunnen verwondingen veroorzaken.
- Voorzichtig! Raak het ronddraaiende snijmes niet aan.
Wanneer u voor de eerste keer in het seizoen maait, moet u een grote maaihoogte instellen. Uw tuingereedschap heeft 3 instellingen die de volgende maaihoogten opleveren:
I 20mm
II 40 mm
III 60 mm
Verwijder de grasbak 10 als u de maaihoogte wilt instellen.
Til het tuingereedschap op en trek of duw het wiel 9 met uw hand in de richting van de voorkant van de maaier.
- Breng het wiel 9 omhoog of omlaag.
- Vergrendel het wiel 9 in de gewenste stand.
- Controleer dat alle wielen 9 op dezelfde maaihoogte zijn ingesteld.
Gebruik
Ingebruikneming
- Nadat de machine uitgeschakeld is, draaien de messen nog enkele seconden. Wacht tot de motor en de messen stilstaan voordat u de machine opnieuw inschakelt.
- Schakel het gereedschap niet kort achtereen uit en weer in.
Opmerking:
Duw de greepbeugel naar beneden om de voorwielen op te tillen en het aanlopen te vergemakkelijken.
Inschakelen (zie afbeelding E)
1. Druk op de veiligheidsknop 2 en houd deze ingedrukt.
2.Trek de schakelhendel 1 tegen de greepbeugel.
Laat de veiligheidsknop 2 los.
Opmerking:
De motor start na het bedienen van de schakelhendel 1 met een geringe tijdvertraging.
Uitschakelen
Laat de schakelhendel 1 los.
De machine is voorzien van een motorrem. Deze veiligheidsvoorziening remt het mes binnen enkele seconden af.
Maaien (zie afbeeldingen G–H)
- Plaats het tuingereedschap aan de rand van het gazon en zo dicht mogelijk bij het stopcontact.
- Werk altijd van het stopcontact weg.
- Leg de kabel elke keer na het keren van de machine op de tegenoverliggende, reeds bewerkte zijde.
- Met de grasharken 8 kunt u bij muren en hoeken tot aan opstaande randen maaien. Let erop dat u bij het maaien tot aan opstaande randen met de grasharken 8 geen voorwerpen raakt.
- Overbelast tijdens het maaien de motor niet.
- De motor is voorzien van een veiligheidsuitschakeling. Deze wordt geactiveerd wanneer de messen vastklemmen, verstopt zijn of de motor overbelast wordt. Schakel de machine uit, wanneer dit optreedt.
- Er vindt alleen een reset van de veiligheidsuitschakeling plaats wanneer u de schakelhendel 1 loslaat.
- Trek de netstekker uit het stopcontact, verwijder mogelijke blokkeringen en wacht een minuut voordat u de machine opnieuw start, zodat een reset van de veiligheidsuitschakeling kan plaatsvinden.
- Draag altijd tuinhandschoenen wanneer u de scherpe messen vastpakt of er aan werkt.
Opmerking: Als u op de reset van de veiligheidsuitschakeling wacht en u de schakelhendel 1 te vroeg bedient, terwijl de machine nog op het stopcontact is aangesloten, wordt de tijd voor de reset van de veiligheidsuitschakeling verlengd. - Als het tuingereedschap opnieuw wordt uitgeschakeld, stelt u een grotere maaihoogte in of stelt u de werkzaamheden uit tot de omstandigheden beter zijn. Lees hiervoor ook de „tabel voor het opsporen van storingenâ€.
Storingen opsporen
De volgende tabel toont u storingsverschijnselen, de mogelijke oorzaak daarvan en de correcte oplossing, mocht het tuingereedschap eens niet correct werken. Neem contact op met een servicewerkplaats als u het probleem hiermee niet zelf kunt verhelpen.
Let op: schakel het tuingereedschap uit en trek de netstekker uit het stopcontact voordat u het gereedschap op storingen onderzoekt.
| Symptomen | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Motor start niet | Netspanning ontbreekt | Controleren en inschakelen |
| Stopcontact defect | Gebruik een ander stopcontact | |
| Verlengkabel beschadigd | Controleer de kabel en vervang deze indien nodig | |
| Zekering doorgeslagen | Zekering vervangen | |
| Verstopping mogelijk | Onderzijde van het tuingereedschap controleren en indien nodig vrij maken (draag altijd tuinhandschoenen) | |
| Motorbeveiliging aangesproken | Laat de motor afkoelen en stel een grotere maaihoogte in | |
| Maaihoogte voor de omstandigheden van het moment te laag | Grotere maaihoogte instellen | |
| Tuingereedschap loopt met onderbrekingen | Verlengkabel beschadigd | Controleer de kabel en vervang deze indien nodig |
| Interne bekabeling van tuingereedschap defect | Neem contact op met klantenservice | |
| Motorbeveiliging aangesproken | Laat de motor afkoelen en stel een grotere maaihoogte in | |
| Tuingereedschap maait onregelmatig en/of Motor loopt moeilijk | Maaihoogte te laag | Grotere maaihoogte instellen (zie „Maaihoogte instellen (zie afbeelding F)â€) |
| Messen bot | Mes vervangen (zie „Onderhoud van de messen (zie afbeelding I)â€) | |
| Verstopping mogelijk | Onderzijde van het tuingereedschap controleren en indien nodig vrij maken (draag altijd tuinhandschoenen) | |
| Mes omgekeerd gemonteerd | Mes goed monteren (zie „Onderhoud van de messen (zie afbeelding I)â€) | |
| Na het inschakelen van het tuingereedschap draait het mes niet | Mes wordt gehinderd door gras | Tuingereedschap uitschakelen Verstopping verwijderen (draag altijd tuinhandschoenen) |
| Moer of schroef van mes los | Draai de moer of de schroef van het mes vast | |
| Sterke trillingen of geluiden | Moer of schroef van mes los | Draai de moer of de schroef van het mes vast |
| Mes beschadigd | Mes vervangen |
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
- Trek vóór werkzaamheden aan het tuingereedschap altijd de netstekker uit het stopcontact en verwijder de grasbak.
- Draag altijd tuinhandschoenen wanneer u de scherpe messen vastpakt of er aan werkt.
Opmerking:
Voer de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit, zodat u verzekerd bent van een lang en probleemloos gebruik. Controleer het tuingereedschap regelmatig op zichtbare gebreken zoals een losse bevestiging en versleten of beschadigde onderdelen. Controleer of afschermingen en veiligheidsvoorzieningen
niet beschadigd zijn en juist zijn aangebracht. Voer voor het gebruik eventueel noodzakelijke onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uit.
Mocht het tuingereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Boschtuingereedschappen.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het tuingereedschap.
Onderhoud van de messen (zie afbeelding I)
- Trek vóór werkzaamheden aan het tuingereedschap altijd de netstekker uit het stopcontact en verwijder de grasbak.
- Draag altijd tuinhandschoenen wanneer u de scherpe messen vastpakt of er aan werkt.
Leg de machine op de rechterzijkant om het mes te controleren. Vervang een stomp of beschadigd mes.
Ga als volgt te werk om het mes te vervangen:
- Houd het mes 14 vast terwijl u tuinhandschoenen (niet meegeleverd) draagt, draai de messchroef 16 los met een steeksleutel (niet meegeleverd) en verwijder de messchijf 15 en het mes 14.
- Bevestig het mes 14 met de messchijf 15 en de messchroef 16. Voordat u de messchroef 16 vastdraait, dient u te controleren of het mes in de juiste stand gemonteerd is (symbool moet zichtbaar zijn, zie afbeelding I).
- Als het verwijderen of monteren van een mes moeilijk gaat, steekt u een schroevendraaier (niet meegeleverd) in het gat 17 om de aandrijving vast te zetten.
- Controleer dat de schroevendraaier verwijderd is voordat u de machine in gebruik neemt.
- Smeer het mes of de messchroef bij de montage niet met vet of olie.
Na de werkzaamheden. Gereedschap opbergen
Maak de buitenkant van de machine grondig schoon met een zachte borstel en een doek. Gebruik geen water en geen oplos- of polijstmiddelen.
Verwijder al het vastzittende gras en deeltjes, in het bijzonder van de ventilatieopeningen 7.
Leg de machine op zijn zijkant en maak de messen schoon. Verwijder samengeperst gras met een voorwerp van hout of plastic.
Draag altijd tuinhandschoenen wanneer u de scherpe messen vastpakt of er aan werkt.
Bewaar het tuingereedschap op een veilige en droge plaats, buiten bereik van kinderen. Plaats geen voorwerpen op het tuingereedschap.
Als u ruimte wilt besparen, kunt u de greepbeugel inklappen.
Let er bij het uit elkaar of in elkaar klappen van de bovenste en onderste handgreep op dat de stroomkabel niet vastgeklemd wordt. Laat de handgreep niet vallen.
Voor het bewaren van de machine wordt de grasbak verwijderd.
Toebehoren
Mes Rotak 32. . . . . . . . . . . . . . . . . . . F 016 800 299
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail:
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail:
AfvalverwijderingTuingereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Alleen voor landen van de EU: Gooi tuingereedschappen niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare tuingereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.